BuddyBold brengt senior en junior samen

Jongeren die hun bed niet uitkomen voor maatschappelijke bijdrage aan de samenleving? Veel te kort door de bocht, vinden ze bij BuddyBold. BuddyBold is een initiatief dat jongeren als buddy koppelt aan ouderen die wel wat aanspraak kunnen gebruiken. In tegenstelling tot veel initiatieven is BuddyBold niet geheel gratis en mogelijk zit daar juist het succes!

We ontmoeten Emma (18) in de receptie van verzorgingshuis Westerhout in Alkmaar. Emma is de buddy van Herman (66). Hij heeft een half jaar geleden een herseninfarct gekregen en is nu halfzijdig verlamd. Samen met Emma lopen we naar de kamer van Herman, wiens gezicht direct opklaart als hij Emma ziet aankomen. ‘Hey! Ben je daar? Gezellig!’

Buddy Emma

Emma is een vlotte jonge meid. Werken in de supermarkt heeft ze geprobeerd maar veel meer dan een zakcentje aan het eind van de maand bracht het haar niet. Een vriendin vertelde haar over het nieuwe initiatief BuddyBold. Een maatje worden van een ouder iemand, iets bijdragen aan de maatschappij en nog iets verdienen ook! Emma’s interesse was gewekt.

Een baan met betekenis

‘Ik geloof dat ik iets wilde betekenen voor iemand. Mijn moeder en zussen werken allemaal in de zorg; misschien helpt dat ook. Ik was enthousiast toen ik van BuddyBold hoorde en besloot mij aan te melden’, vertelt Emma.

In eerste instantie werd Emma gekoppeld aan een dame met dementie. ‘Dat vond ik best pittig. Ik kon niet echt een gesprek met haar voeren en dat vond ik lastig. Toen ik op een middag bij haar vandaan kwam, zei de begeleidster vanuit BuddyBold dat de buddy van Herman niet was komen opdagen. Of ik misschien even kennis wilde maken. Dat wilde ik wel en dat was direct leuk en gezellig. Herman is verlamd, maar je kunt heerlijk met hem kletsen’, vertelt ze enthousiast.

Senior Herman

Ondanks zijn situatie, blijft Herman opvallend positief. En dat maakt hem een aangenaam gezelschap voor Emma. ‘Ik ben heel blij met Emma. Laten we wel wezen; ik zit hier voornamelijk tussen mensen die ouder zijn dan 80. Ik heb een andere belevingswereld dan de meeste bewoners hier en dat maakt het soms wel eenzaam’, zegt Herman eerlijk.

Hij vervolgt: ‘Daarom ben ik echt blij met zo’n spontane meid als Emma. Ik vind het ook oprecht leuk dat ze zo jong is; ze is van een generatie die ik eigenlijk niet zo goed ken. Ik vind het ontzettend leuk om met haar op te trekken.’

Op haar beurt vindt Emma het ook weer heel leuk om tijd doro te brengen met Herman. ‘Ik ben onder de indruk van zijn veerbaarheid. Hij heeft zoveel meegemaakt en ondanks alles blijft hij positief in het leven staan. Dat vind ik super knap en daar kan ik een hoop van leren’, zegt ze serieus.

Tabletles van z’n Buddy

Emma komt eens per week een uurtje bij Herman op bezoek. De eerste paar keer heeft ze hem een beetje wegwijs gemaakt op zijn tablet. ‘Ik ben een complete digibeet’, zegt Herman. ‘Ik ben altijd chefkok geweest en had nooit iets met digitale apparaten. Een mobieltje? Ik weet eigenlijk niet hoe hij werkt’, lacht Herman hard.

Vanmorgen gaan ze er voor het eerst samen op uit, even naar buiten. ‘Kun je wel een rolstoel duwen?’, vraagt Herman. ‘Tuurlijk wel’, zegt Emma enthousiast. ‘Mooi, dan kunnen we even flink gaan racen’, zegt Herman vrolijk. En hop! Weg zijn ze. Het is een leuk stel samen.

Vergoeding

Herman krijgt buddy Emma nu vanuit Westerhout vergoed, maar hij hoopt dat hij binnen afzienbare tijd naar huis mag en hoopt daar door te gaan met BuddyBold. ‘Dan moet ik het uit mijn eigen zak betalen, maar dat heb ik er voor over’, zegt hij. Herman heeft twee zussen en de zus waar hij de beste band mee heeft, woont op Ameland. Zij kan dus helaas niet zo vaak op bezoek komen.

Emma hoopt ondertussen dat ze mogelijk nog een aantal leuke senioren toegewezen krijgt. ‘Ik ben net begonnen aan een nieuwe opleiding, maar ik zou het wel leuk vinden als ik dit erbij kan blijven doen. Mijn vrienden vinden het ook wel cool; ik heb al twee vriendinnen die zich ook hebben aangemeld’, zegt ze.

Emma en Herman zijn in elk geval zeer enthousiast over het nieuwe initiatief BuddyBold.

Over BuddyBold

Het doel van Buddybold senioren persoonlijk contact te bezorgen en de junioren een leerzame bijbaan.

De senior kan zich aanmelden en koopt een strippenkaart van €25,-. Daarvoor krijgt de senior een intakegesprek, een matchmaking met een buddy en 3 keer een bezoek van z’n buddy. Als het goed klikt, kan er een abonnement van €40,- per maand worden afgesloten.

De junior krijgt netto €7,50 per bezoek van een uur en gaat daarmee wel een verbintenis aan met zijn of haar senior.

Bij wederzijde goedvinden kan de bezoekduur worden uitgebreid. Daar zijn dan weer aanvullende abonnementen voor. Vanwege het feit dat er kosten en een vergoeding aan dit initiatief gekoppeld zijn, is BuddyBold een iets minder vrijblijvend initiatief en dat lijkt te werken.

 

Door: Nienke Oort

Bron: Waardigheid en Trots


BuddyBold in NH Nieuws

Van topondernemer naar seniorenbuddy: Elske Doets strijdt tegen vereenzaming

 

De druk op de zorg is enorm groot. Om die druk enigszins te verzachten, is de Bergense zakenvrouw Elske Doets met het initiatief BuddyBold gestart. Hierin matcht ze jongeren met ouderen. "De vergrijzing blijft toenemen, net als de druk op de zorg. Sommige senioren verpieteren achter de geraniums. Door ze in contact te brengen met jongeren, snijdt het mes aan twee kanten", vertelt Elske Doets.

"De aanleiding om BuddyBold te starten komt van een van mijn 'Young Ladies', Emma Dekker. Die is nu negentien en studeert in Rotterdam. Daar heeft ze onderzoek gedaan of zorgrobots effectief zijn in de bestrijding van eenzaamheid bij ouderen", legt Elske Doets uit.

"Daar kwam uit dat zorgrobots goed zijn om je te herinneren je pilletje in te nemen, maar dat  menselijk contact toch echt het allerbelangrijkst is. Dat triggerde mij, helemaal toen Emma vertelde over een oudere vrouw die haar zei: 'Ik heb de hele dag mijn eigen stem niet gehoord'. Emma is mijn inspiratie en heel nauw betrokken bij BuddyBold."

"Het belangrijkst is dat er een sprankeling komt bij zowel de oudere als de jongere"

"Door betekenisvolle aandacht te geven: naar buiten te gaan, iets te knutselen, een spelletje te doen, worden er prikkels gecreëerd die er hopelijk toe leiden dat het welzijn van senioren toeneemt. Het belangrijkst is dat er een sprankeling komt bij zowel de oudere en de jongere."

'Eenzaamheid wordt niet opgelost'

Toch lost het BuddyBold project volgens Theo van Tilburg hoogleraar Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam niet de eenzaamheid bij ouderen op. "Een buddy project, zoals dit project, kan behulpzaam zijn, maar wat we weten is dat het effect heel klein is. Leuk, maar eenzaamheid wordt niet opgelost." "Dat heeft ermee te maken dat dit soort projecten passief geactiveerd worden. Ouderen worden eventjes meegenomen, maar het is niet zo dat ouderen er zelf daarna mee aan de slag kunnen", legt Van Tilburg uit. Het kan even het gevoel geven aan de ouderen: 'Ik ben het waard om mee om te gaan'. Maar als je kijkt naar eenzaamheid, heb je een diepere vertrouwensband met iemand nodig en die wordt meestal niet gerealiseerd. Het is vaak te kortstondig."

"Bezoek is het lichtpuntje in de week"

Bij beschermd wonen complex BuitenZorg van AristoZorg in Zuid-Scharwoude wordt al enige tijd gebruik gemaakt van de buddy's. "Bezoek is het lichtpuntje in de week", zegt locatie-manager Gea Klercq. "Oud en jong samen, dan gebeurt er altijd wat."

"Ik wil BuddyBold in heel Europa uitrollen"

De 'Bold' in BuddyBold staat voor 'stoutmoedig'. Doets wil namelijk met dit ideële bedrijf Europa in. "Vergrijzing speelt overal. In oktober zijn we de pilot gestart in de regio Alkmaar. Inmiddels zijn er honderd buddy's actief in Nederland, en wil ik het verder uitrollen." BuddyBold is niet gratis. Een oudere of hun familie kan een buddy inhuren. "De buddy krijgt een vrijwilligers- en onkostenvergoeding", verklaart Doets. "Wij als organisatie dekken alleen de kosten af. Wij willen geen geld verdienen, maar een maatschappelijk probleem oplossen."

Bron: https://www.nhnieuws.nl/nieuws/287424/van-topondernemer-naar-seniorenbuddy-elske-doets-strijdt-tegen-vereenzaming


Interview met Buddy Elske

ALS BUDDY WORDT JE EEN NIEUW, LEUKER PERSOON’

V: Behalve oprichter van BuddyBold ben je sinds kort ook zelf Buddy. Waarom heb je die stap gezet?
A: Heel simpel. Omdat ik als oprichter van BuddyBold, maar ook als privépersoon, wil weten wat het betekent om Buddy te zijn. Wat doet het met de senior? En wat doet het met mij? Omdat ik van nature ondernemend ben en houd van snel schakelen, is Buddy worden in mijn geval allesbehalve een logische stap. Het is een sprong uit mijn zogenaamde ‘comfort zone’.

V: Hoe bevalt die sprong?
A: Het contact met senioren verrijkt mijn leven, en, als ik de senioren mag geloven, worden zij op hun beurt ook blij van mijn bezoek. Dat is de kortst mogelijke samenvatting.

V: Waar word je zelf blij van?
A: Zonder er iets speciaals voor te doen, zorgen senioren dat je anders naar jezelf gaat kijken. Dat vind ik al een geweldig cadeau.

V: Hoe werkt dat precies?
A: Senioren brengen je als vanzelf in een andere sfeer, een ander ritme. Alles wat jij belangrijk vindt, waar je agenda door wordt bepaald en het overgrote deel van je gedachten aan gewijd zijn, verdwijnt naar de achtergrond. Dat gaat vanzelf. Opeens praat je over niet essentiële dingen: over het weer, bijvoorbeeld, of over vroeger of wat diegene die dag gedaan heeft. Heerlijk. Door dat soort  gesprekken wordt je op slag – dat is tenminste mijn ervaring – een lichtere versie van jezelf.

V: Dus Buddy worden is heilzaam?
A: Ik durf dat niet voor anderen in te vullen. Maar voor mij zeker, ja.

V: En wat krijg je ‘terug’ van de senioren?
A: Ontzettend veel dankbaarheid. Vaak zijn het ontbijt en de lunch hun ‘hoogtepunten’ van de dag. Je snapt: daar kan wel wat bij. Dus als ze bezoek krijgen van iemand die vriendelijk is, belangstelling toont en vragen stelt, zijn ze vaak, alleen al daarmee, enorm verguld.

V: Hoe kan het dat iets zó vanzelfsprekends als een fijn gesprek iets zó bijzonders is geworden in een welvaartsstaat als Nederland?
A: Dat is een lang verhaal. Maar als je weet dat veel zorgprofessionals met ‘zorgminuten’ werken en dat die ‘zorgminuten’ nuttig, ofwel functioneel, besteed moeten worden, ga je al snel begrijpen dat efficiency de boventoon voert en het echte contact erbij inschiet. Je kunt niet zeggen: die of die is de schuld. Maar een trieste eindbalans is het wel.

V: En BuddyBold gaat dat gebrek aan echt contact herstellen?
A: Dat is onze missie, inderdaad. Vandaar ons motto “Echt contact is zuurstof”.

V: Wat zijn mooie momenten met senioren, die je nu al kunt delen?
A: Ik ben een tijdje Buddy geweest van een 101-jarige man. Hij is hovenier geweest en had een enorme liefde voor de natuur. Omdat hij slechtziend was, heb ik met hem tijdens het wandelen  zoveel mogelijk bloemen en planten laten voelen. En als we er niet bij konden komen, plukte ik ze voor hem. Hij genoot er intens van de stelen, de takjes en de bladeren met zijn vingers te betasten. Behandelde het als fluweel. En bloeide daar zichtbaar van op.

V: En jij ook?
A: Natuurlijk! Het is toch fijn om iemand van die leeftijd nog zó op een zintuiglijke manier te zien genieten?

V: Inmiddels ben je Buddy van een vrouw. Hoe is dat?
A: Ook een avontuur. Ze praat honderduit. Over haar geloof. Over de bijbel. En hoe ze de geloofsregels tijdens haar leven niet altijd even serieus heeft genomen. Bij die laatste bekentenis  lacht ze dan wat ondeugend. Ondertussen zegt ze vaak ‘gezellig’. Toen ik voorstelde om te gaan wandelen, zei ze: ‘Hoeft niet. Ik vind het gezellig om met je te praten.’

V: Prachtig. Maar er zitten toch zeker ook negatieve kanten aan Buddy-zijn?
A: Is geduld hebben negatief? Is jezelf wegcijferen negatief? Je moet bereid zijn senioren veel spreektijd te geven. En aandachtig te luisteren. Dat is zo. Als het jouw uitgangspunt is evenveel te willen praten als de senior zul je teleurgesteld raken. Maar is een uur of twee uur tweede viool spelen niet juist leerzaam? Ik denk het wel.

V: Je zei aan het begin dat je door het contact met senioren anders naar jezelf gaat kijken. Kun je dat illustreren?
A: Op microniveau voel ik mezelf weer een kind als ik bij een senior op bezoek ga. Voorbeeld: als ik om een koekje vraag, is het net of ik weer een meisje van vier ben dat bij moeder een snoepje bietst. Op macroniveau maak je kennis met een hele andere mentaliteit: je leert inzien dat je ontzettend verwend bent, dat je tegenwoordig alles kunt kiezen en er heel veel voor het grijpen ligt terwijl mensen vroeger gevormd werden door schaarste en matigheid. Men was met weinig tevreden. Dat is confronterend. Je denkt: moet ikzelf niet ook wat sneller tevreden zijn?

V: Tot slot. Wat zou je zeggen tegen mensen die aarzelen om Buddy te worden? 
A: Verras jezelf! En meld je aan. Je zult zien dat je een nieuw, leuker persoon wordt vanaf het moment dat je Buddy bent. Dat klinkt haast te positief om waar te zijn. Maar ik heb het nu zelf ervaren en de Buddy’s die ik spreek komen tot dezelfde conclusie. Ze willen niet meer terug. Als Buddy maak je niet alleen de wereld van de senior groter, maar ook je eigen wereld. Dubbele winst, dus. Dat lever je niet graag weer in.


BuddyBold

Interview met Noa, Buddy van BuddyBold

‘Niemand verdient het om eenzaam te zijn’

Noa gunt het elk mens om gewaardeerd en gekoesterd te worden. Vandaar dat ze zich als Buddy aanmeldde bij BuddyBold en nu wekelijks op bezoek gaat bij Joop. Noa’s hart klopt voor de zorg. Ze doet dan ook een zorgopleiding bij een ROC. Net als Joop is ze via internet met BuddyBold in contact gekomen. ‘Ik zocht een manier om oudere mensen te helpen.’

Heb jij een algemene roeping om mensen te helpen?

Misschien wel. In een land als Nederland verwacht je niet dat mensen tegen hun wil geïsoleerd raken. Dat zou niet moeten mogen.

Dus doe jij er wat aan?

Ja. Als je met een relatief kleine inspanning een medemens gelukkiger kan maken, hoef je daar niet lang over na te denken. Ik niet, tenminste.

BuddyBold

Hoe is Joop?

Het is een lieve man. Hij zit vol verhalen, over muziek bijvoorbeeld en over zijn zoon. Hij heeft best veel meegemaakt. En durft open over zijn gevoelens te praten.

O ja? Wat geeft hij dan zoal prijs?

Dat hij een hele goede band heeft met zijn zus. Maar dat hij haar door omstandigheden een paar jaar niet zag. Over dat gemis is hij dan openhartig. En aangezien ik zelf ook een innige band met mijn zus heb, herken ik die emotie.

Wat doen jullie voor activiteiten?

Waar we op dat moment zin in hebben. We doen niet aan afspraken of planningen. Al hebben we besloten binnenkort samen sushi te gaan maken.

BuddyBold van zakenvrouw Elske Doets
 

Leuk!

Ja, en als hij de smaak te pakken krijgt, gaat Joop misschien wel op kookcursus. Zegt hij.

Dan is hij straks omringd door medecursisten?

We zullen zien. Hij vertelt makkelijk en vlot genoeg en heeft meer dan genoeg beleefd om nieuwe vrienden te maken.


BuddyBold

Interview met Joop

'Ik heb weer aanspraak, dat heeft een mens nodig...' 

Na het uit huis gaan van zijn zoon en het beëindigen van zijn LAT-relatie werd het leven van Joop behoorlijk leeg. Maar nu, met Noa, is er weer gezelligheid en gelegenheid voor verhalen. Ondanks dat Joop Tromp nog fulltime werkt, begon het hem vrij snel op te vallen dat hij weinig mensen meer zag. Hij maakte er werk van daar verandering in te brengen.

Hoe ben je met BuddyBold in aanraking gekomen?

Op internet.

BuddyBold

Waar op internet?

Dat weet ik niet exact meer. Volgens mij tikte ik een vraag of bepaalde zoektermen in op Google, en toen kwam ik bij BuddyBold terecht.

Lang niet iedereen is zo eerlijk om toe te geven dat isolement dreigt. Waarom jij wel?

Ik begon me in mijn eentje gewoon slecht te voelen. Daar wilde ik een eind aan maken. Vandaar dat ik reageerde op het aanbod van BuddyBold.

Er zijn mensen die zo’n gevoel wegstoppen. Of negeren.

Ik niet. Er is, vind ik, ook niks om me voor te schamen. Door een samenloop van omstandigheden – corona, thuiswerken, gestrande relatie, mijn zoon uithuizig, medische klachten – ben ik geïsoleerd geraakt. Ik wilde daar iets aan doen.

Met Noa klikte het meteen?

Ze is een fijne meid. We doen nogal eens boodschappen, of spelen spelletjes, en praten daar dan bij. Dat praten is het belangrijkst. Ik vertel haar bijvoorbeeld over rocklegendes uit mijn tijd, zoals de Rolling Stones, Led Zeppelin, U2, Simple Minds. Dan luistert ze geboeid.

Jij probeert haar ook aan de rockmuziek te krijgen?

Natuurlijk. En of ze het genre nou leuk vindt of niet, het is in elke geval een uitbreiding van wat ze kent.

Dankzij Noa gaat het beter met je?

Zeker. Ik ben een natuurmens. Hou ervan me onderdeel te voelen van iets groters. Dat verdwijnt als je alleen bent. Niemand zien is onnatuurlijk. Door Noa heb ik weer aanspraak, dat heeft een mens nodig…

Zelf een Buddy inschakelen?

Bekijk hier de uitgebreide uitleg en aanmeldmogelijkheden.


BuddyBold

Interview met Annie

‘IK VOELDE ME ONMIDDELLIJK OP MIJN GEMAK BIJ HEM’

Tot haar grote vreugde krijgt Annie wekelijks haar Buddy, Abdu, op bezoek. Als het even kan, gaan ze lekker naar buiten: ‘Heerlijk! Samen wandelen of winkelen.’

Annie woont al enige tijd in een aanleunwoning in Purmerend. Sinds een maand heeft ze een eigen Buddy met wie ze op stap gaat, bij goed én bij slecht weer.

BuddyBold

Mocht je kiezen uit verschillende Buddy’s? Of was het bij de eerste meteen raak?

Dat laatste. Het klikte meteen tussen Abdu en mij.

Hoe komt het dat het klikte tussen jullie?

Vanaf het eerste moment maakte hij een erg vriendelijke indruk. Ik voelde me onmiddellijk op mijn gemak bij hem. Dat is het belangrijkste.

Wat zijn z’n belangrijkste kwaliteiten?

Naast dat hij vriendelijk is, is hij ook geduldig. Ook dat draagt ertoe bij dat ik me prettig voel: ik mag alles in mijn eigen tempo doen. Bij het wegrijden wacht hij net zo lang tot ik helemaal goed zit.

BuddyBold - Abdu op bezoek bij Annie

Welke activiteiten doen jullie samen?

Meestal wandel ik met hem, of we gaan samen winkelen. De reden om een Buddy in te schakelen, is ook dat ik vaker naar buiten wil. Ook mijn artsen vinden dat goed.

Waarom?

De buitenlucht is sowieso goed voor je. Maar ook het feit dat je nieuwe dingen blijft meemaken, houd je geestelijk gezond. En omdat Abdu een auto heeft zijn we flexibel. Bij slecht weer rijden we naar het overdekte winkelcentrum.

Wat betekent het voor jou om er eens in de week even uit te zijn?

Heel veel! Ik kijk er telkens weer naar uit.

Hoe komt het dat je er zo naar uitkijkt?

In het tehuis verlopen de dingen nu eenmaal zoals je gewend bent. Met als gevolg de dreiging dat  dagen op elkaar gaan lijken, ook al heb ik het geluk dat er nog regelmatig mensen langskomen. Maar zodra ik weet dat Abdu eraan komt, verheug ik me daar toch enorm op.

BuddyBold - Annie

Want?

Via hem stap ik in zekere zin het “échte leven” weer in. Althans, zo voelt het.

Zelf een Buddy inschakelen?

Bekijk hier de uitgebreide uitleg en aanmeldmogelijkheden.


BuddyBold

Interview met Abdu, Buddy van BuddyBold

‘VERHALEN OVER VROEGER VIND IK BIJZONDER INTERESSANT’

Buddy Abdu Stienen gaat wekelijks op bezoek bij Annie in Purmerend. Meestal gaan ze samen winkelen of maken ze een wandeling. ‘Annie is een gezellige prater. Daar houd ik van.’  

Abdu heeft zijn gymnasiumdiploma behaald, maar besloot niet te gaan studeren. Hij is in opleiding voor treinmachinist. Hij zag het meteen zitten om wekelijks als Buddy bij een senior op bezoek te gaan: ‘Ik ben graag van betekenis. Op de trein ben ik dat straks ook.’

BuddyBold

Hoe ben je met BuddyBold in aanraking gekomen?

Mijn vriendin maakte me attent op het bestaan van BuddyBold. Ze dacht dat het wel iets voor mij zou zijn. Dat heeft ze goed gezien.

Waarom was je vrij snel ‘om’?

Ik houd ervan om verschillende soorten mensen tegen te komen. Dat spreekt me ook aan in de treincultuur. In de coupés zie je vrijwel alle groepen uit de samenleving.

Het klikte meteen tussen Annie en jou?

Ze praat makkelijk. Dat vond ik meteen heel erg fijn. Verhalen over vroeger vind ik bijzonder interessant.

BuddyBold - Abdu

Leer je van Annie?

Ja. Absoluut! Dikwijls vertelt ze over hoe het leven in haar tijd was. Daarbij kan het kan ook gaan over iets concreets, zoals kleding.

En wat zegt Annie dan over kleding?

Het valt haar bijvoorbeeld op dat veel mensen op straat sportschoenen dragen. Vroeger droeg je zulke schoenen bijna alleen als je aan het sporten was. Nu lopen hele volksstammen er de hele dag op. Grappig toch?

Hoe lang blijf je Buddy van Annie?

Als ik over een paar maanden treinmachinist ben en zo’n fascinerend gevaarte mag besturen, blijft er zeker tijd over om bij Annie op bezoek te gaan. Het blijft een mooie afwisseling. Misschien ga ik ooit nog wel een universitaire studie doen, bij wijze van serieuze carrièreplanning, maar op de trein en bij Annie ben ik onmiddellijk van betekenis. Daar voel ik me beter bij.

En je gymnasiumdiploma?

Dat is mooi. Maar het schenkt je geen geluk. En, wie weet, word ik zo gegrepen door de treincultuur dat ik straks opklim binnen de NS. Annie zou het prachtig vinden. Die heeft in haar leven vaak met het OV gereisd; ze weet er ook veel van.

Zelf Buddy worden?

Bekijk hier de uitgebreide uitleg en aanmeldmogelijkheden.


BuddyBold - Ouderenzorg in Nederland

BuddyBold in HP/De Tijd

De grijze revolutie

Er komt een ongekende vergrijzingsgolf aan. Maar de babyboomers zullen geen genoegen nemen met hyperefficiency en de verplichte bingomiddag. Ontmoetingen met dwarse geesten en ondernemers die meer levensvreugde in de ouderenzorg willen injecteren. ‘Stop geld in het sociaal veraangenamen van de laatste levensfase, niet in het medisch eindeloos oprekken.’

Het vooruitzicht dat een steeds groter deel van de mensen in West-Europa zal bestaan uit ouderen wordt vaak op bezorgde toon ter sprake gebracht. We staan niet te springen bij het idee dat trager functionerende, uiterlijk over hun hoogtepunt zijnde en niet meer geheel zelfstandige mensen dominanter zullen worden. Ook het gegeven dat een steeds groter deel van het overheidsbudget voor ouderenzorg gereserveerd zal moeten worden en door anderen moet worden opgebracht, lijkt niet bepaald een aanleiding om de vlag uit te steken. Zeker christelijke bestuurders en beleidsmakers, maar ook die van andere, zich beschaafd wanende gezindten, presenteren de vergrijzing in het beste geval als ‘een opdracht’ of ‘een uitdaging’. Mensen die uitkijken naar een toekomst met hoge percentages ouderen zijn niet makkelijk te vinden. We denken er liever niet over na, of stellen dat op zijn minst uit.

Nu voert het te ver om de westerse kijk op ouderdom en doodgaan cultuurhistorisch volledig te duiden en ontrafelen, maar één ding staat vast: er zijn culturen waarin ouderdom in een veel positiever daglicht staat dan hier in West-Europa. Ooit sprak ik een succesvolle investeerder annex zenmeester die veel in Japan bivakkeert. Filosoferend over de levensfase waarin wij, gevorderde vijftigers, waren aanbeland, lachte hij dat we nog iets meer dan tien jaar verwijderd waren van een acceptabel niveau van wijsheid. “Nou ja,” voegde hij eraan toe. “Zo denken ze er in Japan over. Vanaf je zeventigste, zo ongeveer, begin je pas een beetje te begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt. Op onze middelbare leeftijd zijn we, vinden zij, geestelijk nog volstrekt onrijp.”

Maar Europa is geen Japan. Wij rekenen niet uit wat ouderen ondanks hun hoge leeftijd nog zouden kunnen doen en hoeveel gelukkiger dat hen en hun omgeving zou maken; wij rekenen uit wat zij mogelijk niet meer kunnen en hoeveel dat de samenleving gaat kosten. Zo kun je minister De Jonge van VWS in tv-programma’s rekensommetjes horen maken van honderden miljarden euro’s. En over hoeveel economische groei er nodig is om de zorg, waaronder de ouderenzorg, in 2030 ‘op niveau’ te houden.

Over wat ‘op niveau’ precies betekent en of het überhaupt wenselijk is dat de zorg blijft zoals die is, hoor je echter nooit wat. “En dat is logisch,” zegt antropoloog Martijn van Oorschot (61), die in 2017 een festival organiseerde onder het provocerende motto ‘ouderen bestaan niet’ en daarnaast initiatiefnemer is van het onderzoeksinstituut Aetatis en de wijkzorgwebsite Zorg2punt0. “Want de staat is ervan overtuigd dat ze de best denkbare zorg organiseren. Hun denkkader beperkt zich tot organisatorische vraagstukken over het verder optimaliseren van de bestaande infrastructuur. De uitvoering laten ze aan anderen over, voornamelijk vrouwen.”

Van Oorschot weet waar hij het over heeft. Over de hele wereld onderzocht hij de maatschappelijke rol en mentale gezondheid van ouderen, alsmede de relatie daartussen. Voor hem zijn bureau en vergadertafel de boosaardige plekken als het om ouderenzorg gaat. Daar worden op grond van efficiencyoverwegingen te veel besluiten genomen die volgens hem slecht zijn voor zowel ouderen als zorgpersoneel. Het ironische is dat hij op verzoek van diezelfde zorgbureaucratie maandenlang met wijkverpleegkundigen heeft opgetrokken, teneinde het ‘echte werk’ van dichtbij te kunnen waarnemen. In zijn studie ‘Nieuwendam’ schrijft hij met een mengeling van liefde en professionele afstand over hen: “Ze stappen op de fiets of in de auto en rijden alleen langs tien buurtbewoners of meer. Tien ontmoetingen, tien confrontaties, heel veel handelingen, tien keer een begroeting en tien keer een afscheid. Dag in dag uit, jaar in jaar uit. Bij dit team doen velen dat al twintig jaar.”

Via zijn bewust gekozen perspectief, pal naast de wijkverplegers, wil Van Oorschot laten zien hoe zorgmanagers met Excel-sheets en de beste bedoelingen het plezier en de medemenselijkheid in de zorg uithollen. Met ingehouden woede: “Ik heb gezien hoe wijkverplegers onder tijdsdruk gesprekken met cliënten moeten afkappen. En hoe stervenden in hospices letterlijk tot de laatste seconden van hun leven worden gedisciplineerd. Mensonterend. Een andere benaming heb ik er niet voor.”

Om te illustreren hoe respectloos ouderen worden behandeld, onder het mom van veiligheid en gezondheid, en hoe ver de bureaucratie is opgerukt, kan Van Oorschot putten uit een rijk arsenaal van betuttelende incidenten. Eentje speelde zich af in zijn directe omgeving, bij de vader van een vriendin, die levenslang hersenchirurg is geweest. “Hem hebben ze op zijn negentigste zijn rijbewijs afgepakt, puur vanwege zijn leeftijd. Als je dan weet dat het diens lust en leven was om invaliden uit zijn buurt te chaufferen, dan is er geen andere conclusie mogelijk dan dat hij door het afpakken van dat rijbewijs een vermomde doodstraf heeft gekregen. Uitgerekend de enige manier waarop hij nog voelde van waarde te zijn, werd hem afgenomen. Behalve het persoonlijke drama voor de chirurg en de nadelige invloed van het rijverbod voor degenen die hij chauffeerde en die aan hem gehecht waren, laat dit voorbeeld glashelder zien hoe er in management- en bestuurskringen nauwelijks meer oog is voor de essentie van welzijn: het van betekenis kunnen zijn voor anderen. De oudere is vooral een verdienmodel geworden, waar je medische handelingen aan kunt verkopen.”

Een stug voorbeeld van dat laatste is de wijdverbreide gewoonte ouderen steunkousen aan te meten. Iets dat in veel gevallen overbodig of op zijn minst niet wetenschappelijk onderbouwd is, maar in bedrijfsmatig opzicht een medische handeling waar goed aan te verdienen valt. Al was het maar omdat ze dagelijks aan- en uitgetrokken moeten worden, wat de kassa laat rinkelen. “Hoeveel zorgmanagers niet wakker zouden liggen als het aantal steunkoushandelingen terugloopt,” grapt Van Oorschot een tikje cynisch.

Futuroloog Justien Marseille, oprichter van The Future Institute en onder andere verbonden aan de Hogeschool Rotterdam en kenniscentrum Creating 010, begrijpt de perverse prikkels van het huidige zorgsysteem maar al te goed. Ook in haar ogen is de oudere voor de zorgsector helaas bijna synoniem geworden voor een te verkopen aantal medische handelingen. Zonder aarzeling constateert Marseille dat de zorg ‘een vieze markt’ is en dat ‘beter worden van meer zieke mensen’ dan wel afschuwelijk mag klinken, maar accurater dan ons lief is weergeeft hoe de hazen in de zorgsector dagelijks lopen. Maar waar Van Oorschot een ijzeren greep van de staat waarneemt op zowat alle gremia in de zorg en voor de komende jaren hooguit een stabilisering van de bureaucratie en aanhoudende betutteling verwacht, ziet Marseille al een hoopgevende kentering aan de horizon.  “De babyboomers zijn niet meer de traditionele, meegaande oudjes die we lange tijd gewend zijn geweest,” meent Marseille. “Zij zijn over het algemeen individualistisch en zelfverzekerd van aard. En willen het heft in eigen handen nemen, waarmee ze in hun jonge jaren, bij de introductie van de pil, al zijn begonnen.”

Gesteld dat haar typering van de nieuwe oudere klopt, welke gevolgen heeft dat dan? “Mede door hun vastberadenheid baas te zijn over hun bestaan, en dus ook over hun sterven, wordt de hoofddoelstelling van de zorg – het zo lang mogelijk rekken van het leven – wel degelijk steeds kritischer bejegend. Neem het begrip ‘kwaliteit van leven’. Dat is niet voor niets al enige tijd aan een opmars bezig. Enerzijds wordt de discussie daarover op een macabere manier aangejaagd door kille kostenplaatjes, maar anderzijds door oprechte, ethische vragen over welk leven het nog waard is om geleefd te worden. Persoonlijk ben ik erg voor het diepgaand bevragen daarvan, hoe pijnlijk dat ook is. Het niet stellen van zulke vragen zal het lijden alleen maar vergroten, bij ouderen zelf, maar ook bij hun omgeving.”

"Ik heb gezien hoe stervenden in hospices letterlijk tot de laatste seconden van hun leven worden gedisciplineerd. Mensonterend" Martijn van Oorschot, antropoloog

Zowel Van Oorschot als Marseille wil af van de enorme zorgfabrieken, waar de protocollen en de voorgeprogrammeerde gezelligheid welig tieren. “Lang niet iedereen vindt die bingomiddagen leuk,” aldus Van Oorschot. “Tegelijkertijd zullen weinig verpleeghuisbewoners op een formulier invullen dat ze er geen klap aan vinden. Wanneer je op je laatste plek bent aanbeland, denk je uit vrees wel twee keer na voor je de onvrede over jouw verpleeghuis uit door niet-gewenste hokjes aan te kruisen.”

Ook over het doorbreken van deze aanbodterreur (‘dit doen we op de dagbesteding en dat gaat u vast leuk vinden’) is Marseille optimistischer. Zij voorspelt dat de zorgbureaucratie ‘ingehaald’ gaat worden door platforms, digitale ontmoetingsplekken waar individuele wensen van ouderen gekoppeld gaan worden aan de kennis en kunde van parttime zorgprofessionals, die met behaalde deelcertificaten kunnen aantonen dat ze gekwalificeerd zijn voor bepaalde medische handelingen of sociale vaardigheden. “Idealiter gaan die platforms ervoor zorgen dat ook kleinere zorgtaken het economische domein in worden getrokken. En dat bijvoorbeeld mantelzorgers voortaan een fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen door via die platforms drie of vier cliënten te ontmoeten, met wie ze aan de slag kunnen.”

Uit oogpunt van humanisering en het terugbrengen van de menselijke maat in de ouderenzorg, alsmede de vrijheid van de zorgprofessional, juicht Van Oorschot een levendige meerpartijeneconomie in de zorg van harte toe. “Neem het verpleeghuis in zijn huidige vorm. Dat stamt uit de jaren vijftig, toen je na je pensioen gemiddeld vijf à tien jaar te leven had. Nu worden mensen makkelijk tachtig of negentig. Het zou toch misdadig zijn hen jarenlang op de sluiten?” Van Oorschot is voor initiatieven die decentralisering stimuleren, en daarmee de kans om ook als oudere zelfstandig te blijven. Gevraagd naar waar de volgens hem overgereguleerde zorg dan wel op moet vertrouwen, als op efficiency beluste managers zo duidelijk niet de oplossing zijn, zegt hij resoluut: “Vertrouw op de dood!”

Net als Van Oorschot vindt Marseille dat dit wellicht sardonisch aandoende antwoord op zijn minst ook een serieuze kant heeft: “Ik voorzie dat we veel ruimhartiger gaan investeren in hospices. Wat is er ook logischer dan dat? Zeker nu we constateren dat het overgrote deel van de zorgkosten aan de laatste levensfase wordt besteed. Stop dat in het sociaal veraangenamen van die fase in plaats van het medisch eindeloos oprekken ervan. En zorg dan dat die hospices dichtbij huis zijn, kleinschalig en een warm bad voor stervenden en nabestaanden.” Deze grotere en openlijker aandacht voor het onafwendbare einde, de dood, zou volgens Marseille de ouderenzorg enorm verbeteren. Ze meent dat zo’n nieuw investeringsbeleid ook om een andere,

ietwat lelijkere reden aanstaande is. “Met hun economisch gevormde wereldbeeld kun je wachten tot de jonge generatie het sommetje gaat maken hoeveel een maand levensverlenging de gemeenschap kost. Om met dat bedrag vervolgens te illustreren hoeveel onderwijsachterstand je zou kunnen voorkomen als zo’n bedrag naar de post onderwijs gaat.”

Ondanks deze nieuwe trends en ontwikkelingen ziet Van Oorschot vooral het achterliggende plaatje: een staat die een voorlopig nog ongebroken geloof hecht aan controle, regels, protocollen en maakbaarheid. Volgens hem is er van bovenaf op een ongezonde manier totale zeggenschap over financiën, uitvoering, controle en sanctiebeleid in de ouderenzorg. Zelfs de media en de wetenschap zijn volgens hem horig aan wat er binnen de overheid gedacht en georganiseerd wordt. Voor onwelgevallige rapporten en onderzoeken heeft VWS ‘een batterij aan onderste laden’ waarin ze weggemoffeld kunnen worden. Zorginstellingen, -bestuurders en -medewerkers zijn zijns inziens vaak niet meer dan radertjes in een centraal geleide machine. “Zoiets noemen we totalitarisme,” voegt hij er ter verduidelijking aan toe.

Met zijn mondiale blik op de omgang met ouderen valt hem op hoe rigide en paternalistisch we in Nederland met ouderen omgaan, en wel zodanig dat zelfs jonge zorgondernemers die de naam ‘pionier’ dragen, veelal zzp’ers, volledig naar het pijpen van de staat dansen.

“Er is geen autoriteit meer over die sterk genoeg is het ministerie uit te dagen over de vraag wat nou wérkelijk goede zorg of ouderenzorg is. Met als gevolg dat zelfs zogenaamde ‘pioniers’ niets nieuws meer doen, maar slechts de gaatjes in het bestaande systeem opvullen. Bijvoorbeeld door te gaan zingen met ouderen. Alsof dat een nieuw idee is. Ik zeg niet dat bewoners in verpleeghuizen er geen plezier aan beleven, maar dat zingen verdringt de vraag over wat ten diepste goed voor ze zou zijn. Het trekt de aandacht weg bij de vraag wat het betekent om van de ene op de andere dag samen met 150 wildvreemden onder één dak te leven. En te bingoën, zeg maar. De wrange conclusie is dat het leger zzp’ers als smeermiddel dient, en volledig afhankelijk is van de zorgbureaucratieën. Ik heb weleens een bijeenkomst met ze gehad waarin iedereen enthousiast over dat zogenaamde pionieren vertelde, als ‘verbinding tussen de ouderen’, maar toen ik vroeg ‘Wie van jullie kent elkaar?’, werd het doodstil. Met andere woorden, er is geen voedingsbodem voor gedachtenuitwisseling, laat staan voor een tegengeluid.”

Als je de ouderenzorg betekenisvol wilt opschudden, zoals Van Oorschot, ben je anno 2021 aangewezen op kleine, particuliere initiatieven, die zich op voorhand niet al te veel van bureaucratieën aantrekken en bovenal als doel hebben ouderen serieus te nemen in hun wensen. En – puur praktisch, zonder al te veel formulieren – eropuit trekken om die wensen in vervulling te laten gaan. Prachtig voorbeeld van zo’n initiatief is Vertroetel je Ouders, van Tom Crouse, die vanuit Amsterdam-Zuid inmiddels een organisatie aanstuurt met vertakkingen in Gelderland, Twente, Friesland, Groningen, Utrecht en Zuid-Holland. Zoals meestal bij dit type initiatieven komt de gedrevenheid puur vanuit de persoon, in het geval van Crouse door het overlijden van zijn vader in 1999, dat hij vanwege een drukke baan en een jong gezin naar eigen zeggen te veel op afstand heeft laten gebeuren. “Ik kreeg daar last van,” zegt hij 22 jaar na dato. “En ik weet nog dat ik toen dacht: dat gaat me bij mijn moeder niet nog een keer gebeuren.”

Toen zijn moeder kort daarna inderdaad achteruitging, handelde Crouse met grote voortvarendheid: hij regelde in Amsterdam een appartement voor haar en nam de ongebruikelijke stap een buurtadvertentie te plaatsen, vragend naar mensen die zin hadden om tegen betaling zijn moeder te ondersteunen. “Misschien heb ik mazzel gehad,” zegt Crouse, “maar ik kwam vrij snel uit bij twee geweldige mensen. Een pianist die algauw Schubert ten gehore bracht voor mijn moeder, die enorm van klassieke muziek hield. En een dame met wie ze het leuk vond om uit winkelen te gaan. Ik zag voor mijn ogen gebeuren hoe mijn moeder opknapte van die contacten! Ze begon zelfs zó gehecht te raken aan de pianist, die Paul heette, dat ze – als we samen binnenkwamen – enthousiast ‘hallo Paul!’ uitriep en daarna pas zei ‘hoi Tom’. Maar ik was daar helemaal niet door beledigd. Ik gunde het mijn moeder alleen maar heel erg dat ze mensen om haar heen had bij wie ze zich thuis voelde en haar humor kwijt kon.”

"Pas als je met ouderen hebt gesproken en je een beeld hebt gevormd van wie diegene is, krijg je zicht op de werkelijke behoeften van ouderen" Tom Crouse, Vertroetel je Ouders

Hoewel de wortels van Crouse in de IT-sector liggen, waar het individueel-menselijke aspect niet meteen vooropstaat, gaven de succesvolle matches die hij voor zijn moeder regelde hem genoeg vertrouwen om te denken dat hij hetzelfde voor andere ouderen zou kunnen doen. Zijn tweede klant was de moeder van zijn vrouw, en de derde een vader van een vriend. En nee, natuurlijk bleek zijn aanvankelijke succes geen garantie voor steeds weer nieuwe successen. “In het begin ging ik bij ouderen langs als een soort melkboer. Ik schreef hun wensen keurig op: moet Frans kunnen spreken, een auto hebben met lage instap, et cetera. Vervolgens kwam ik met een kandidaat die aan de eisen voldeed, maar bleek na een eerste bezoek dat het ondanks de oppervlakkige match totaal niet klikte. “Je denkt toch niet dat ik met die vrouw op stap ga?” kreeg ik dan te horen. Het heeft me geleerd dat je beter niet kunt kijken naar wat mensen vragen, maar onderzoekt waar hun werkelijke behoeften liggen.”

Hier lijken we een kernpunt in de hele zorgdiscussie te raken. Want te midden van goedbedoelde enquêtes en sociaal wenselijke antwoorden delft het individu in de zorgsector maar al te vaak het onderspit, wegens te lastig of tijdrovend. Die woorden kent Tom Crouse niet. “Ik ga met mensen in gesprek over hun leven. Over wat hun herinneringen zijn, waar ze blij van worden, welke conflicten ze hebben gehad en welke triomfen ze hebben gevierd. Pas dan, als zo’n gesprek achter de rug is en je een beeld hebt van wie diegene is, krijg je zicht op de werkelijke behoeften. En vergroot je de kans op een goede match.” Het is precies het soort gesprekken waar de reguliere zorg geen tijd voor maakt. Of waarvan om allerlei redenen gezegd wordt dat het te veel in de privésfeer ligt, waarmee de route naar betekenisvoller contact wordt afgesneden in plaats van geopend.

“In het zorgcomplex van haar eigen appartement zag je hoe het in de reguliere zorg werkt. Puur aanbodgestuurd. ‘O, u bent eenzaam? Dan hebben wij een leuke kookcursus voor u.’ Alsof mijn moeder dat nog moet leren! En alsof ze staat te trappelen om dat met andere mensen te gaan doen, terwijl ze niks met groepen heeft.”

Actieve tegenwerking bij zijn groeiende bedrijf ondervindt Crouse gelukkig niet, maar om nou te zeggen dat zorginstellingen staan te juichen als hij een oudere met Vertroetel je Ouders een leuke dag heeft bezorgd en thuis aflevert, nou nee. “Het komt regelmatig voor dat onze medewerkers dan jaloerse blikken van medebewoners krijgen toegeworpen in de trant van ‘Waarom ik niet?’. En ook bij de zorgmedewerkers merk je soms reserves.”

Sinds kort heeft Crouse niettemin het gevoel dat er toch wat beweging zit in de zorgsector, en dat zijn bedrijf onderdeel is van die beweging. Zo deelt hij zijn ervaringen met bijvoorbeeld een frisse nieuwkomer als BuddyBold, een soortgelijke non-profitorganisatie die senioren aan jongeren koppelt, met wederzijds profijt: de senior een levendig, nieuw contact dat de dag kan opfleuren, en jongeren die via de omgang met senioren sociale vaardigheden kunnen opdoen en een vast inkomen kunnen verwerven. “Als ik naar BuddyBold kijk, zie ik grote overeenkomsten en denk ik: misschien gaat de zorg het eindelijk zien! In potentie is BuddyBold een prachtig platformbedrijf. Zij inspireren mij enorm. En het is echt te hopen dat de zorgsector dit soort initiatieven op waarde weet te schatten en ruimte geeft.”

Het blijft de vraag óf en hoe snel de muur tussen de zorgsector en creatieve geesten als Van Oorschot, Crouse en anderen afgebroken kan worden. Of dat het totalitarisme onverstoorbaar verder hobbelt, met sfeerloze bingo’s en vermeend blije ouderen in de hoofdrol.

Bron: Hans van Willigenburg en HP/De Tijd

 

 


Elske Doets in WNL Op Zondag

Elske Doets over BuddyBold in uitzending WNL Op Zondag

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken over het Nationale Groeifonds. Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid over het asielbeleid. Epidemioloog Roel Coutinho over vaccineren, pro- en anti-vaxxers. Chefkok Soenil Bahadoe. Reisondernemer Elske Doets van Doets Reizen over dat Nederland weer open gaat en haar nieuwe start-up BuddyBold.

Bekijk aflevering 

Elske Doets in WNL Op Zondag

Elske Doets in WNL Op Zondag

Elske Doets in WNL Op Zondag